1280px-Benxi_Steel_IndustriesDe Chinese regering heeft zichzelf als doel gesteld de overcapaciteit van haar staalindustrie terug te brengen. Internationaal ligt het land onder zware kritiek vanuit met name Europa en de VS voor het overspoelen van de wereldmarkt met staal tegen dumpprijzen. En hoewel de Chinezen de schuld van de overcapaciteit op de wereldmarkt niet alleen bij zichzelf willen leggen, probeert het land haar productie toch terug te schroeven door oude, vervuilende en vaak ook onrendabele fabrieken tot sluiting te dwingen. Maar in juni maakte vice-minister Feng Fei bekend dat China in de eerste helft van het jaar nog geen derde van de voor 2016 voorgenomen capaciteitsvermindering van 45 miljoen ton had gehaald. De Duitse krant Handelsblatt reisde af naar China om uit te zoeken waar het proces stokt, en kwam terecht in dé staalstad bij uitstek Tangshan, in het noordoosten van het land. 

Tangshan herbergt China’s grootste staalproductie maar voert ook de lijst aan van steden met de grootste luchtverontreiniging van het land. Veel van die smog is het gevolg van verouderde staalfabrieken die het stadsbeeld domineren. Een deel van die fabrieken zou daarom inmiddels allang niet meer mogen bestaan. Ze maken deel uit van Pekings hervormingsplan. Maar toch draaien de staalbedrijven nog volop en is er in Tangshan weinig te merken van achteruitgang in economische activiteit, die onherroepelijk plaatsvindt mocht de overheid de bedrijven stilleggen.

Kat-en-muis spel

Handelsblatt constateert dat er sprake is van een kat-en-muis spel tussen de landelijke en regionale overheden. Want de hervormingen vanuit Peking worden op lokaal niveau lang niet altijd doorgevoerd. Sterker: het is zelfs zo dat met hulp van de lokale partijbonzen overal in het land zogenaamde zombie-fabrieken blijven bestaan. Deze zombies – fabrieken die op papier eigenlijk allang bankroet zijn – overleven dankzij allerlei vormen van steun van de lokale besturen. Deze vrezen de gevolgen van fabriekssluiting – zoals massawerkloosheid en economische achteruitgang – meer dan een berisping uit Peking.

Ondertussen doen de lokale bestuurders er van alles aan om zowel de eigen bevolking áls de centrale overheid tevreden te stellen. Tangshan bijvoorbeeld probeert met allerelei middelen een groener imago te krijgen. Zo organiseert het stadsbestuur dit jaar een internationale horticulturele beurs. In dat kader zijn alle stadsparken flink aangepakt en probeert het zichzelf in allerlei promotionele uitingen als ‘groene oase’ in een industrieel gebied te presenteren. Toen hogergeplaatste functionarissen uit Peking de stad kwamen bezoeken werden enkele fabrieken tijdelijk stilgelegd om zo het nieuwe imago te onderstrepen. Maar dat vooral voor de bühne: de echte hervormingen die Peking verwacht zijn niet doorgevoerd.

Megafusies op stapel

Het Ministerie van Milieuzaken in Peking – medeverantwoordelijk gemaakt voor het sluiten van te vervuilende fabrieken – is de lokale praktijken helemaal zat. In een uitgevaardigd communiqué spreekt het zelfs van ‘bedrieglijke praktijken’. Voor Chinese begrippen uitzonderlijk felle kritiek. Maar binnen de immense bureaucratie die in China is opgetuigd staat het Ministerie van Milieu niet erg hoog op de hiërarchische ladder. Zonder hulp van lokale en regionale partij-afdelingen is het een behoorlijk machteloos instituut.

Andere partijorganen hebben meer macht en kunnen wellicht succesvoller zijn in het kortwieken van de staalindustrie. Een daarvan is de State-owned Assets Supervision and Administration Commission of the State Council (SASAC). Deze speciale commissie houdt toezicht op de Chinese staatsbedrijven. SASAC probeert op een andere manier de Chinese staalindustrie weer rendabel te krijgen. De invloedrijke commissie stuurt aan op megafusies binnen de sector. Een proces dat inmiddels in gang is gezet. Zo gaat ‘s werelds op vier na grootste staalbedrijf Baosteel Group samen met de nummer elf Wuhan Iron and Steel Group. Daarnaast wordt er flink gepusht om ook de Shougang- en HBIS-fabrieken te laten fuseren. Maar dit gaat de commissie nog niet ver genoeg. Als SASAC haar zin krijgt, zullen er dankzij megafusies over een aantal jaren nog maar twee grote staalproducenten in het land overblijven. Eentje in het noorden en eentje in het zuiden. Het idee achter achter de fusies is simpel: twee grote megabedrijven zijn niet alleen efficiënter maar ook gemakkelijker te controleren en in de pas van Peking te houden. En daarmee moet ook het probleem van de zombie-fabrieken definitief verleden tijd zijn.

Foto: Andreas Habich