Op de zogenoemde ‘staaltop’ in Berlijn is de boodschap aan de Duitse regering duidelijk: de tijd dringt voor de staalindustrie. De sector kampt met torenhoge energieprijzen, goedkope importen en een trage overstap naar groen staal. Zonder stevig overheidsingrijpen dreigt het industriële hart van Duitsland langzaam stil te vallen.

De bijeenkomst, waarbij bondskanselier Friedrich Merz sprak met staalproducenten, vakbond IG Metall en deelstaatbestuurders, stond in het teken van overleven én vernieuwen. De staalbedrijven pleiten voor meer staatssteun en versnelling van het waterstofnetwerk – cruciaal voor de productie van klimaatneutraal staal. Uit onderzoek van de Universiteit van Mannheim blijkt dat een ‘staalschok’ Duitsland jaarlijks tot wel €50 miljard kan kosten als het te afhankelijk wordt van buitenlandse producenten.

Toch ligt de vergroening van de sector grotendeels stil. ArcelorMittal zette verduurzamingsplannen voor Bremen en Eisenhüttenstadt on hold, ondanks €1,3 miljard steun. Salzgitter en Thyssenkrupp houden hun groene projecten overeind, maar lopen vertraging op of worstelen met nieuwe investeerders.

Vakbond IG Metall roept daarom op tot actie: lagere stroomprijzen, een verplicht aandeel ‘groen staal’ bij overheidsaanbestedingen en vooral meer tempo bij de uitrol van waterstofinfrastructuur. “Wie dit op het spel zet, riskeert het industriële hart van het land,” waarschuwde bestuurder Thorsten Gröger.

De politieke inzet is hoog. De SPD pleit voor een ‘staatsvangnet’ voor noodlijdende staalbedrijven, terwijl economen waarschuwen voor een “all-riskmentaliteit” waarin bedrijven hun risico’s afwentelen op de overheid.

Wat resteert, is een sector die met de rug tegen de muur staat, maar waarvan het belang groter is dan ooit. Niet alleen economisch, maar ook strategisch: zonder Duits staal geen Europese autonomie in de energietransitie.

Bron: FD