De Nederlandse industrie liet in november 2025 opnieuw een lichte verbetering van de bedrijfsomstandigheden zien. De Nevi Inkoopmanagersindex (PMI®) bleef met 51,8 voor de tweede maand op rij boven de groeigrens van 50 punten. Daarmee zet de gematigde opleving in de productiesector door, al blijven de onderliggende trends sterk uiteenlopen per subsector.

De vraag nam verder toe, gedreven door nieuwe projectaanvragen, gewonnen aanbestedingen en intensievere commerciële activiteiten. Zowel binnenlandse als buitenlandse orders stegen, waarbij de export voor de tweede maand op rij aantrok en de sterkste groei liet zien sinds juli. De hogere orderinstroom vertaalt zich echter niet direct in extra personeelscapaciteit: producenten blijven terughoudend met het aannemen van personeel. Vertrekkende medewerkers worden vaak niet vervangen en het aantal tijdelijke krachten neemt af.

De productie steeg opnieuw, maar in een bescheiden tempo, de kleinste groei in vier maanden. Tegelijkertijd daalde de hoeveelheid onvoltooid werk in de grootste mate sinds maart, wat wijst op aanhoudende overcapaciteit in delen van de sector.

De toeleveringsketens stonden verder onder druk. Leveranciers leverden vaker te laat door personeels- en materiaaltekorten, terwijl bedrijven hun bestaande voorraden aanspreken. De materiaalvoorraden namen in november af in de grootste mate in drie maanden, mede door financiële beperkingen en geplande voorraadafbouw.

De kosten drukten opnieuw op de marges: energie-, personeels- en grondstofkosten stegen verder, waardoor de totale kostendruk toenam. De verkoopprijzen namen in vergelijkbare mate toe als in oktober, toen het laagste niveau in een jaar werd bereikt.

Binnen de sector presteerden vooral producenten van investeringsgoederen bovengemiddeld, terwijl de subsector consumptiegoederen juist een verslechtering rapporteerde. Ondanks de gematigde groei blijft het ondernemersvertrouwen onder het langjarig gemiddelde. Bedrijven blijven alert op de ontwikkeling van de vraag in de komende maanden.