De productie van de Nederlandse industrie lag in oktober 2025 1,9 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit cijfer is gebaseerd op kalender gecorrigeerde productiecijfers en toont dat in ongeveer 60 % van de industriële branches een toename van productie is gerealiseerd ten opzichte van oktober 2024.

Onder de grootste bedrijfsgroepen viel de rubber- en kunststofindustrie op met een toename van bijna 7,8 %, gevolgd door de reparatie- en installatiebranche van machines (+6,7 %) en de voedingsmiddelenindustrie (+4,2 %). Tegelijkertijd lieten enkele andere sectoren een lager productievolume zien: de transportmiddelenindustrie kromp met ongeveer 4,2 %, en ook de chemiesector rapporteerde een afname van productie.

Naast de vergelijking op jaarbasis, geven de voor seizoen- en kalendereffecten gecorrigeerde maandcijfers een licht stijgend beeld: de productie in oktober was 0,2 procent hoger dan in september.

De recente cijfers laten zien dat de positieve productieontwikkeling zich voortzet na eerdere groei in september, toen een jaar-op-jaartoename van ruim 2 % werd genoteerd. Tegelijkertijd wijzen andere indicatoren op terughoudendheid binnen de sector: het producentenvertrouwen verslechterde in november, waarbij ondernemers hun voorraden gereed product als relatief groot inschatten en minder optimistisch waren over de verwachte bedrijvigheid.

Voor de Nederlandse metaalverwerkende industrie, en in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf, biedt deze productiestijging een signaal dat bepaalde deelmarkten het volume weten te behouden of uit te breiden. Tegelijkertijd laat de spreiding tussen sectoren zien dat achter de totaalcijfers uiteenlopende ontwikkelingen schuilgaan — met sterke groei in enkele branches en krimp in andere.

De komende maanden zullen duidelijker maken of deze positieve productietrend duurzaam is, of dat macro-economische factoren zoals afzetmarkten en orderpositie daarop invloed blijven uitoefenen.