Industriële productie licht hoger, maar beeld blijft gemengd
De Nederlandse industrie heeft in november 2025 iets meer geproduceerd dan een jaar eerder. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek lag de totale industriële productie bijna 1 procent hoger dan in november 2024. Daarmee zet het voorzichtige herstel dat in de tweede helft van het jaar zichtbaar werd, zich voort, al blijft het onderliggende beeld per sector sterk uiteenlopen.
De productiestijging volgt op een periode waarin de industrie langere tijd te maken had met teruglopende volumes. Vooral in 2024 en het begin van 2025 drukten zwakke buitenlandse vraag, hoge kosten en onzekerheid over geopolitieke ontwikkelingen de productie. De recente plus wijst erop dat de bodem mogelijk is bereikt, maar van een breed gedragen herstel is nog geen sprake.
Binnen de industrie zijn duidelijke verschillen zichtbaar. Een aantal sectoren, waaronder delen van de voedingsmiddelenindustrie en de machinebouw, liet in november een hogere productie zien. Tegelijkertijd bleef de output in andere industrietakken achter. Met name energie-intensieve sectoren, zoals delen van de chemie en metaalproductie, blijven kwetsbaar door aanhoudend hoge kosten en internationale concurrentiedruk.
Ook in vergelijking met eerdere maanden is het beeld voorzichtig positief. Na seizoencorrectie nam de industriële productie ten opzichte van oktober licht toe. Daarmee sluit november aan bij signalen uit eerdere indicatoren, zoals producentenvertrouwen en orderontvangsten, die in de loop van het najaar minder negatief werden. Deze indicatoren wijzen echter nog niet op een duidelijke groeifase, maar eerder op stabilisatie.
Voor de metaalindustrie is de ontwikkeling relevant, omdat deze sector sterk samenhangt met investeringen in de maakindustrie, bouw en exportmarkten. De lichte productiestijging suggereert dat de vraag vanuit deze ketens zich voorzichtig herstelt, maar blijft gevoelig voor externe factoren zoals energieprijzen, handelsbeperkingen en de economische ontwikkeling in Duitsland en andere belangrijke afzetmarkten.