De prijzen die Nederlandse industriebedrijven voor hun producten ontvangen, lagen in augustus 6,8 procent hoger dan een jaar eerder. Daarmee versnelde de stijging ten opzichte van juli, toen de afzetprijzen met 5,1 procent toenamen.

Een belangrijke oorzaak is de ontwikkeling van de olieprijs. Een vat ruwe Brentolie kostte in augustus gemiddeld bijna 76 euro, 31 procent meer dan een jaar eerder. De hogere olieprijs werkt vooral door in de aardolie- en chemische industrie, maar raakt via grondstoffen, energie en transport ook andere delen van de industriële keten.

De verschillen tussen sectoren zijn groot. De afzetprijzen in de aardolie-industrie stegen met 59,7 procent en in de chemische industrie met 14,1 procent. Producenten van kunststof- en rubberproducten rekenden gemiddeld 9 procent meer.

Ook in de metaalindustrie is de prijsontwikkeling zichtbaar. De afzetprijzen van metaalproducten lagen 4,1 procent hoger dan in augustus 2025. Bij machines en auto’s bleef de stijging beperkt tot 1 procent, terwijl de prijzen in de elektrotechnische industrie met 0,2 procent daalden.

Ten opzichte van juli stegen de industriële afzetprijzen gemiddeld met 1,1 procent. Op de buitenlandse markt bedroeg de toename 1,3 procent, tegenover 0,8 procent op de binnenlandse markt.

Voor metaalbedrijven betekenen de cijfers niet automatisch dat ook de marges verbeteren. Wanneer energie, grondstoffen en ingekochte materialen sneller in prijs stijgen dan de verkoopprijzen, blijft de winstgevendheid onder druk staan. De ontwikkeling onderstreept daarom het belang van actuele kostprijsberekeningen en duidelijke prijsafspraken met afnemers.