Ondanks negatieve PMI®-index zijn ondernemers in de industrie positief over toekomst
Na een verbetering in het tweede kwartaal, wijzen de PMI®-gegevens voor juli op een verslechtering van de bedrijfsomstandigheden in de Nederlandse productiesector. Een daling in het aantal nieuwe orders heeft bedrijven gedwongen hun productieomvang en voorraden te verlagen, terwijl de kostendruk aanzienlijk toenam door hogere lonen, grondstof- en transportkosten. Ondanks deze uitdagingen was er een positieve ontwikkeling: producenten namen meer personeel aan en de vooruitzichten voor de toekomstige productieomvang waren verbeterd.
De Nevi PMI® voor de Nederlandse productiesector, samengesteld op basis van indicatoren zoals nieuwe orders, productieomvang, werkgelegenheid, levertijden en voorraad ingekochte materialen, gaf aan dat juli de grootste verslechtering van de bedrijfsomstandigheden sinds januari zag. Drie van de vijf PMI-componenten hadden een negatieve invloed op het cijfer. De daling in nieuwe orders, veroorzaakt door terughoudendheid bij klanten en moeilijke marktomstandigheden, was de grootste van het jaar. Deze terughoudendheid werd deels toegeschreven aan een zwakkere buitenlandse vraag.
Panelleden gaven aan dat de matte vraag invloed had op beslissingen over productievolumes, inkoopactiviteiten en voorraadbeheer. De productieomvang daalde fors, de grootste tot nu toe dit jaar, mede door dalende vraag en ongunstige weersomstandigheden die productie verstoorden. Materiaalvoorraden werden verkleind, hoewel de daling de kleinste in drie maanden was. Om voorraadbeheer te vergemakkelijken, verminderden producenten hun inkoopactiviteiten in juli sterker dan in de vorige maand.
De inkoopprijzen stegen sterk, de grootste stijging sinds december 2022, voornamelijk door hogere grondstofprijzen, transportkosten en loondruk. Producenten berekenden een deel van deze kostendruk door aan klanten via hogere verkoopprijzen, hoewel deze inflatie de laagste in drie maanden was. De gemiddelde levertijden waren in juli langer, wat werd toegeschreven aan verstoringen in de toeleveringsketen.
Positief was dat producenten hun personeelsbestand uitbreidden, ondanks de matte vraag en tekenen van overcapaciteit. De banengroei was echter gering, de kleinste sinds maart. Deze aanhoudende banengroei en de daling van nieuwe orders zorgden voor een aanzienlijke afname van achterstanden. Tot slot bleef het vertrouwen onder Nederlandse producenten hoog dat de productieomvang in de komende twaalf maanden zal stijgen. Het optimisme was het hoogste in drie maanden, met 45% optimisten tegenover 9% pessimisten. Deze positieve verwachtingen werden ondersteund door groeiplannen, met name voor nieuwe producten en nieuwe exportmarkten