De afzetprijzen in de Nederlandse industrie lagen in maart 2026 gemiddeld 1,2 procent hoger dan een jaar eerder. Daarmee is sprake van de eerste stijging sinds vijf maanden, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De ontwikkeling markeert een omslag na een periode van dalende producentenprijzen.

De stijging hangt vooral samen met hogere prijzen in energiegevoelige sectoren. Met name de aardolie verwerkende industrie en de chemie noteerden duidelijk hogere afzetprijzen dan een jaar eerder. Schommelingen in olie- en energieprijzen werken in deze sectoren doorgaans snel door in de uiteindelijke verkoopprijzen.

Voor de metaalindustrie ligt het beeld genuanceerder. In delen van de sector blijven prijzen onder druk staan, onder invloed van internationale concurrentie en een vraag die nog niet volledig is hersteld. Daarmee blijft de prijsontwikkeling in de metaalbewerking en -verwerking achter bij die in meer energie-intensieve industrieën.

Op maandbasis namen de afzetprijzen in maart met 0,4 procent toe ten opzichte van februari. Dit wijst erop dat de opwaartse beweging zich niet alleen op jaarbasis voordoet, maar ook op korte termijn zichtbaar wordt.

De cijfers passen in een breder beeld van een industrie die zich geleidelijk stabiliseert na eerdere prijsdalingen en kostenpieken. Tegelijkertijd blijft het speelveld onzeker, onder meer door geopolitieke ontwikkelingen en aanhoudende volatiliteit op grondstoffenmarkten. Voor metaalbedrijven blijven kostenontwikkeling en prijsvorming daarmee bepalende factoren voor de marges in de komende periode.