De mondiale handelsspanningen werken steeds nadrukkelijker door in de Nederlandse technologische industrie. Dat blijkt uit een recente enquête van FME onder 156 bedrijven. Waar de effecten eerder vooral indirect zichtbaar waren, worden de gevolgen nu concreter in investeringen, productie en financiële prestaties.

Een belangrijk signaal is dat bedrijven terughoudender worden met investeringen. Inmiddels stelt 24% investeringsbeslissingen uit, tegenover 17% in september 2025. Die voorzichtigheid hangt samen met aanhoudende onzekerheid over internationale handelsverhoudingen en de beschikbaarheid van grondstoffen.

De impact beperkt zich niet tot exporterende bedrijven. Verstoringen in de toeleveringsketen raken een breed deel van de sector. Meer dan de helft van de bedrijven meldt problemen zoals onbetrouwbare levertijden en beperkingen bij de export van kritieke materialen. Tegelijkertijd lopen de kosten op, wat de druk op marges verder vergroot.

Daar komt toenemende internationale concurrentie bij. Vooral de instroom van producten uit landen als China zorgt voor extra druk op de marktpositie van Nederlandse bedrijven. Inmiddels ervaart 28% van de bedrijven meer concurrentie, tegen 20% een half jaar eerder.

De combinatie van deze factoren vertaalt zich in een verslechterende financiële positie. Bij 79% van de bedrijven staat de winstgevendheid momenteel of op korte termijn onder druk. Dit werkt door in de bedrijfsvoering: ruim de helft van de bedrijven grijpt in via kostenmaatregelen, reorganisaties of het niet invullen van vacatures. Ook de productie staat onder druk; 23% van de bedrijven meldt een afname in Nederland.

De uitkomsten onderstrepen dat de handelsoorlog niet langer een externe factor is, maar direct ingrijpt op het verdienvermogen van de sector. Bedrijven heroverwegen investeringen in innovatie en verduurzaming, wat op langere termijn gevolgen kan hebben voor de concurrentiekracht van de Nederlandse maakindustrie.