De uitstroom van technisch talent uit de maakindustrie kan worden beperkt door nauwere samenwerking tussen bedrijven en defensie. Dat stelt Koninklijke Metaalunie op basis van recente initiatieven binnen de sector.

Aanleiding is de groeiende vraag naar technisch personeel, zowel in de industrie als bij defensie. Waar dit op het eerste gezicht leidt tot concurrentie om schaarse vakmensen, wordt juist gekeken naar manieren om die dynamiek om te buigen naar samenwerking.

De voorgestelde ketenaanpak richt zich op het beter benutten en behouden van technisch talent door loopbanen flexibeler in te richten. Medewerkers zouden bijvoorbeeld gedurende hun carrière kunnen bewegen tussen bedrijven en defensie, zonder de sector definitief te verlaten. Daarmee blijft kennis behouden en wordt uitval naar andere sectoren beperkt.

Daarnaast biedt samenwerking mogelijkheden voor gezamenlijke opleidingen en het delen van specialistische kennis. Defensie beschikt over hoogwaardige technische infrastructuur en opleidingscapaciteit, terwijl bedrijven praktijkervaring en productieomgeving bieden. Door deze te combineren ontstaat een breder en aantrekkelijker ontwikkelperspectief voor technici.

Voor het mkb in de maakindustrie betekent dit een andere kijk op personeelsbeleid. In plaats van uitsluitend te concurreren om personeel, komt de nadruk meer te liggen op het gezamenlijk organiseren van instroom, ontwikkeling en behoud.

De benadering benadrukt dat het tekort aan technisch talent niet alleen een wervingsvraagstuk is, maar vooral een kwestie van het slimmer organiseren van loopbanen binnen en tussen sectoren. In een krappe arbeidsmarkt kan samenwerking met defensie daarmee een strategisch instrument worden om vakmensen voor de techniek te behouden.