FME: brede Kamersteun nodig voor concurrerende en groene industrie
De Nederlandse industrie dreigt verder op achterstand te raken door hoge elektriciteitskosten en oplopende netlasten. Dat stelt FME in aanloop naar de begrotingsbehandeling van Klimaat en Energie. Volgens de brancheorganisatie is brede steun in de Tweede Kamer noodzakelijk om het gelijke speelveld te herstellen en investeringen in verduurzaming mogelijk te houden.
Uit onderzoek blijkt dat grote industriële gebruikers in Nederland in 2025 gemiddeld € 88 per MWh betalen, tegenover € 62 in Duitsland en € 75 in België. Bij een jaarlijks verbruik van 1 TWh loopt het verschil met Duitsland op tot € 26 miljoen. Volgens FME ondermijnt dit direct de concurrentiepositie en leidt het tot uitstel van investeringen en verplaatsing van productie.
De organisatie pleit daarom voor verhoging, verbreding en verlenging van de IKC-regeling (Indirecte Kostencompensatie) tot en met 2035, met een structureel budget van € 505 miljoen per jaar. Daarnaast moet een alternatief worden ontwikkeld voor de vervallen VCR-regeling om energie-intensieve bedrijven te compenseren voor hoge elektriciteitskosten. Hiervoor is volgens FME circa € 330 miljoen per jaar nodig.
Ook vraagt FME steun voor het schrappen van de nationale CO₂-heffing boven op het Europese ETS. Nederland is het enige EU-land met een dergelijke extra heffing, wat volgens de organisatie leidt tot investeringsonzekerheid. Verder wordt gepleit voor structurele verlaging van de netkosten, onder meer door publieke financiering van strategische investeringen zoals Net op Zee. Zonder ingrijpen kunnen de netkosten richting 2040 oplopen tot meer dan € 12 miljard per jaar.
Volgens FME kan Nederland zijn klimaat- en economische doelen alleen realiseren via vergroening van de industrie, niet door krimp en groeiende importafhankelijkheid. De inzet van de begrotingsbehandeling wordt daarmee bepalend voor het investeringsklimaat en de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse maakindustrie.