Industriële productie sluit 2025 licht hoger af
De Nederlandse industrie produceerde in december 2025 1,1 procent meer dan in december 2024. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarmee eindigt het jaar met een bescheiden plus, na een periode waarin de industriële productie lange tijd onder druk stond.
De stijging is niet over de volle breedte zichtbaar. Binnen de industrie waren er duidelijke verschillen tussen branches. De machine-industrie en de transportmiddelenindustrie realiseerden een hogere productie dan een jaar eerder. In andere sectoren, waaronder delen van de chemische industrie, bleef het productieniveau achter bij dat van december 2024. Het totaalbeeld komt daardoor uit op een beperkte groei.
Ten opzichte van november 2025 daalde de productie in december licht, gecorrigeerd voor seizoen- en werkdageffecten. Dat benadrukt het volatiele karakter van de industriële ontwikkeling. Maandcijfers laten nog steeds schommelingen zien, terwijl het jaar-op-jaar beeld een voorzichtige stabilisatie suggereert.
Voor de metaal- en maakindustrie is het beeld gemengd. Segmenten die samenhangen met machinebouw en mobiliteit profiteren van aanhoudende vraag in specifieke markten. Tegelijkertijd blijven investeringen in andere delen van de keten terughoudend. Internationale onzekerheden, energieprijzen en ontwikkelingen in de wereldhandel werken door in orderportefeuilles en productieplanning.
Over heel 2025 bezien bleef de industriële productie gemiddeld lager dan in 2024. De plus in december verandert dat beeld niet fundamenteel, maar kan worden gezien als een indicatie dat de neerwaartse druk afneemt. Of dit zich in 2026 vertaalt in breder herstel, hangt af van de ontwikkeling van de binnenlandse en buitenlandse vraag.
De meest recente cijfers laten daarmee vooral een industrie zien die stabiliseert, maar nog niet structureel groeit.