De financiering van technische mbo-opleidingen moet structureel worden aangepast. Dat stelt ondernemersorganisatie FME naar aanleiding van het nieuwe voorstel voor de bekostiging van het middelbaar beroepsonderwijs. Volgens de organisatie houdt het plan onvoldoende rekening met de hogere kosten die techniekopleidingen met zich meebrengen, terwijl de vraag naar technisch personeel onverminderd groot blijft.
Het nieuwe financieringsmodel voorziet in een vast bedrag per onderwijsinstelling, waarna het resterende budget anders wordt verdeeld. Daarmee wil het kabinet kleinere scholen en instellingen in krimpregio’s ondersteunen. FME onderschrijft die doelstelling, maar vindt dat de specifieke positie van techniekopleidingen onvoldoende wordt meegewogen.
Technische opleidingen vragen om praktijklokalen, specialistische machines en intensieve begeleiding. Daardoor liggen de opleidingskosten aanzienlijk hoger dan bij veel andere mbo-richtingen. Wanneer de bekostiging daar niet op aansluit, bestaat volgens FME het risico dat opleidingen worden samengevoegd of zelfs verdwijnen.
Dat zou grote gevolgen hebben voor de maakindustrie. Bedrijven hebben juist steeds meer behoefte aan goed opgeleide vakmensen om te kunnen werken aan onder meer de energietransitie, woningbouw, infrastructuur, digitalisering en defensie. Regionaal techniekonderwijs speelt daarbij een belangrijke rol, omdat het de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven versterkt en studenten dicht bij huis opleidt.
Volgens FME is de door het kabinet gereserveerde €12 miljoen om eventuele negatieve effecten van de nieuwe verdeling op te vangen onvoldoende. De organisatie pleit daarom voor een structurele bekostiging waarin de werkelijke kosten van techniekonderwijs worden meegenomen en waarin technische vaardigheden een prominente plaats krijgen binnen de nationale talentstrategie.