De Nederlandse industrie produceerde in maart 1,7 procent meer dan in maart 2025. Daarmee lag de kalendergecorrigeerde productie bijna 2 procent hoger dan een jaar eerder, meldt het CBS. In de helft van de onderliggende branches was sprake van groei.
De verschillen tussen branches zijn groot. Van de acht grootste bedrijfsklassen liet de machine-industrie de sterkste stijging zien, met 16,5 procent meer productie dan een jaar eerder. Ook reparatie en installatie van machines groeide met 6,1 procent.
Daartegenover stonden dalingen bij onder meer elektrische en elektronische apparaten (-13,3 procent), chemie (-7,1 procent) en transportmiddelen (-3,9 procent). De productie van metaalproducten lag 0,7 procent lager dan een jaar eerder.
Ook ten opzichte van februari nam de industriële productie toe. Gecorrigeerd voor seizoen- en kalendereffecten steeg de productie in maart met 2,8 procent. Het CBS wijst er wel op dat deze kortetermijncijfers sterk kunnen fluctueren. Sinds 2024 is het productieniveau gemiddeld genomen vrijwel gelijk gebleven.
Het producentenvertrouwen veranderde in april niet. Net als in maart kwam de indicator uit op -0,7. Producenten waren minder positief over de verwachte bedrijvigheid, terwijl hun oordeel over de voorraden gereed product verbeterde. Het vertrouwen lag daarmee wel boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar van -1,3.
Voor de MKB-maakindustrie geeft het CBS-cijfer dus geen eenduidig herstelbeeld. De machine-industrie trekt de totale productie omhoog, maar metaalproducten laten nog een lichte daling zien. De industrie groeit, maar het beeld per branche blijft duidelijk verdeeld.