De toekomst van het vmbo en praktijkonderwijs stond afgelopen week op de agenda van de Tweede Kamer. Voor de MKB-maakindustrie leverde dat debat volgens Koninklijke Metaalunie meerdere positieve signalen op. Vooral de aandacht voor toegankelijk techniekonderwijs, regionale samenwerking en de aansluiting op de arbeidsmarkt sluit aan bij de zorgen die in de sector al langer leven.

Een belangrijk punt was de nadruk op techniekonderwijs dichtbij huis. Staatssecretaris Tielen gaf aan dat ieder kind de kans moet krijgen om te ontdekken of techniek bij hem of haar past, bij voorkeur via een techniekopleiding op fietsafstand. Voor metaalbedrijven is dat relevant, omdat kennismaking met techniek vaak begint in de directe omgeving van jongeren.

Metaalunie plaatst daar wel een duidelijke kanttekening bij. Jongeren moeten niet alleen algemene techniek ervaren, maar ook specifiek kennismaken met metaal en de MKB-maakindustrie. Juist daar blijft de vraag naar vakmensen groot.

Ook het programma Sterk Techniekonderwijs kreeg brede waardering. Volgens de staatssecretaris is STO cruciaal om het technisch vmbo-aanbod overeind te houden. Zonder deze investering zou een aanzienlijk deel van het techniekonderwijs verdwijnen. De samenwerking tussen vmbo, mbo en bedrijfsleven werd daarbij nadrukkelijk genoemd als succesfactor.

Daarnaast zijn er concrete vervolgstappen aangekondigd. Er komt onderzoek naar vernieuwing en flexibilisering van vmbo-profielen, met een beleidsvoorstel eind 2026. Ook worden experimenten met 50 scholen geëvalueerd, gericht op flexibiliteit en regionaal aanbod.

Voor de metaalsector is de richting positief. De politieke aandacht voor techniekonderwijs groeit, maar de echte opgave ligt in de uitvoering: voldoende aanbod, sterke regionale samenwerking en een herkenbare plek voor de MKB-maakindustrie in het onderwijs.