Voorzichtig herstel Nederlandse industrie houdt stand, maar productie blijft kwetsbaar
De Nederlandse industrie heeft eind 2025 opnieuw terrein verloren in de productie, ondanks een voortzetting van de groei in nieuwe orders. Dat blijkt uit de decembercijfers van NEVI. De orderinstroom nam voor de zevende maand op rij toe, maar het tempo bleef onvoldoende om een productiedaling te voorkomen. Vooral de internationale vraag liet opnieuw een zwak beeld zien.
De Nevi PMI kwam in december uit op 51,1, het laagste niveau sinds mei. Daarmee bleef de index wel boven de groeigrens van 50, maar zette de vertraging van het herstel door. Net als in eerdere maanden waren het vooral de productie- en ordercomponenten die onder druk stonden. Het patroon sluit aan bij het beeld dat in 2024 en 2025 vaker zichtbaar was: een industrie die wel stabiliseert, maar moeite heeft om structureel door te groeien.
Opvallend is dat de arbeidsmarkt voorzichtig verbetert. De werkgelegenheid nam in december voor het eerst in tien maanden toe. Ook het ondernemersvertrouwen liet een herstel zien. Meer bedrijven rekenen voor 2026 op een hogere productie dan op een verdere daling. Dit optimisme staat echter nog los van de actuele orderontwikkeling.
Aan de aanbodzijde bleef de situatie gespannen. Levertijden verlengden zich opnieuw, de sterkste toename in meer dan drie jaar. Tegelijkertijd stegen de operationele kosten verder, onder meer door hogere energie- en loonkosten. Inkoopvolumes bleven daarbij grotendeels stabiel, wat wijst op voorzichtig voorraadbeleid.
Het totaalbeeld past in de bredere lijn van de afgelopen twee jaar: voorzichtig herstel, regelmatig onderbroken door zwakke vraag en kosten- en leveringsdruk. Zolang de internationale orderinstroom niet duidelijk aantrekt, blijft de productiegroei in de Nederlandse industrie fragiel.