De Nederlandse industrie liet in februari opnieuw groei zien, met een lichte verbetering van de bedrijfsomstandigheden. De Nevi PMI steeg van 50,1 in januari naar 50,8, wat duidt op een bescheiden expansie die in lijn ligt met het gemiddelde over 2025.

De productieomvang nam toe en groeide het sterkst in drie maanden, al blijft het niveau historisch gezien gematigd. Tegelijkertijd bleef de vraag onder druk staan. Het aantal nieuwe orders daalde voor de tweede maand op rij, vooral door een terugval in exportorders. Volgens bedrijven hangt dit samen met een zwakke mondiale vraag en uitblijvende investeringen.

Ondanks de afnemende orderinstroom hield de productie stand, mede doordat bedrijven werkten aan bestaande orders en nieuwe projecten. Ook de achterstanden werden verder afgebouwd, wat resulteerde in een duidelijke daling van het onvoltooide werk.

De werkgelegenheid nam voor de derde maand op rij toe, al bleef de groei beperkt. Bedrijven blijven tegelijkertijd voorzichtig opereren. Zo werden de inkoopactiviteiten voor de vierde maand op rij teruggeschroefd en kozen producenten opnieuw voor lagere voorraden, zowel van grondstoffen als eindproducten.

Aan de kostenkant liep de druk juist op. De inkoopprijzen stegen fors en bereikten het hoogste niveau in bijna een jaar, mede door hogere prijzen voor grondstoffen, waaronder metalen, en stijgende loonkosten. Een deel van deze kosten werd doorberekend in de verkoopprijzen, die eveneens duidelijk stegen en het hoogste niveau in elf maanden bereikten.

Ondanks de zwakke vraagbasis is het sentiment onder producenten verbeterd. Het vertrouwen in de vooruitzichten voor de komende twaalf maanden ligt weer boven het langetermijngemiddelde. Dit optimisme wordt onder meer gevoed door verwachtingen rond nieuwe orders, productintroducties en marketinginspanningen.

Per saldo laat de sector een beeld zien van voorzichtige groei, waarbij verbeterde productie en vertrouwen contrasteren met een aanhoudend zwakke vraag en oplopende kosten.