De Nederlandse industrie heeft in april een duidelijke groeiversnelling laten zien. Volgens nieuwe cijfers van het CBS lag de kalendergecorrigeerde productie 4,7 procent hoger dan in dezelfde maand vorig jaar. Daarmee noteert de sector de sterkste groei sinds langere tijd en zet het herstel van de afgelopen maanden door.
Opvallend is dat ongeveer 60 procent van de industriële bedrijfsklassen in april meer produceerde dan een jaar eerder. Vooral de machine-industrie springt eruit. Deze branche realiseerde een productiestijging van maar liefst 21,6 procent ten opzichte van april 2025 en was daarmee de belangrijkste motor achter de groei van de totale industrie.
Niet alle sectoren profiteerden echter van het herstel. De chemische industrie zag de productie met 4,1 procent afnemen. Ook de industrie voor metaalproducten (-1,9 procent), elektrische en elektronische apparaten (-1,7 procent) en rubber- en kunststofproducten (-1,3 procent) noteerden lagere productieniveaus dan een jaar eerder.
Kijken we naar de korte-termijnontwikkeling, dan laat de industrie eveneens een positief beeld zien. Ten opzichte van maart steeg de productie in april met 1,4 procent. Daarmee zet de opgaande lijn van de afgelopen maanden zich voort. Sinds het dieptepunt van de industriële productie in 2020 is de sector weliswaar hersteld, maar de ontwikkeling bleef de afgelopen jaren grillig. Het CBS benadrukt daarom dat het nog te vroeg is om te spreken van een structurele groeitrend.
Tegelijkertijd laat het sentiment onder producenten een minder positief beeld zien. Het producentenvertrouwen daalde in mei van -0,7 naar -2,0. Vooral de verwachtingen over de toekomstige bedrijvigheid verslechterden. Binnen de metaalindustrie was het sentiment zelfs het meest negatief van alle grotere industriële branches, met een score van -4,1.
De nieuwste productiecijfers bevestigen daarmee dat de Nederlandse industrie momenteel profiteert van een aantrekkende vraag, maar dat ondernemers tegelijkertijd voorzichtig blijven over de economische vooruitzichten voor de rest van het jaar.