Een team van economen, onderzoekers en bankiers van ABN Amro hebben geprobeerd een blik te werpen in de glazen bol. In het rapport “ONDERNEMEN IS VOORUITZIEN; Nederland na corona in vier scenario’s” schetsen ze vergezichten over hoe de economie er na de coronacrisis uit kan komen te zien. En welke gevolgen dit heeft voor verschillende sectoren. Ook de Nederlandse industrie wordt in het rapport behandeld.

De toekomst hangt af van de keuzes die worden gemaakt na de crisis. Wordt er gekozen voor méér markt of meer overheid? En staat straks het individu voorop, of juist het collectief. De combinaties die mogelijk zijn op basis van deze keuzes leiden tot vier verschillende scenario’s:

  1. Markgeoriënteerd / indiviualistisch
  2. Markgeoriënteerd / solidair
  3. Gecentraliseerd / individualistisch
  4. Gecentraliseerd / solidair

We schetsen hieronder kort de vier uitwerkingen van deze scenario’s voor de industrie.

In het eerste scenario komt er in de industrie veel ruimte voor de grote bedrijven. De industriële leiders profiteren van het feit dat de crisis veel kleinere concurrenten heeft weggevaagd. Er is veel ruimte de eigen waardeketen te organiseren en eigen standaarden op te leggen. Knellende voorschriften voor bijvoorbeeld duurzaamheid raken op de achtergrond. Er komt een grote rol voor Industry 4.0. Uit het rapport:

Een kleine groep van enkele tientallen bedrijven
regelt wereldwijd superefficiënte productie. Door robotisering
en automatisering zijn medewerkers grotendeels overbodig
geworden. De meeste fabrieken zijn grote, donkere loodsen
waarin geen daglicht binnendringt en waarin dag en nacht
wordt geproduceerd, zeven dagen per week. Bij toelevering
draait het om efficiëntie, dus zo laag mogelijke tussenvoorraden
en ‘just in time’-levering.

In het tweede scenario komt de industrie als geheel sterker uit de crisis. Er wordt net als in scenario 1 veel geïnnoveerd, alleen gebeurt dat in samenwerking en volgens open standaarden. Met name de regio Eindhoven (Brainport-regio) gaat het voor de wind. Duurzaamheid staat hoog in het vaandel. Personeel heeft het goed, en er is veel ruimte voor kennisontwikkeling. Uit het rapport:

Ondernemers gunnen elkaar wat en werken veel met elkaar samen,
bijvoorbeeld op het gebied van Industrie 4.0. Veel ondernemingen
investeren samen in gedeelde productielocaties waar veel
geautomatiseerde productie plaatsvindt, bijvoorbeeld door
middel van 3D-printers.
Er wordt veel geïnnoveerd volgens open standaarden, zodat
kennis en ideeën makkelijk kunnen worden uitgewisseld tussen
bedrijven en universiteiten. …Bij materiaalgebruik wordt
gekeken of het lokaal aanwezig is via recycling of gebruik van
biomaterialen zoals bermgras, aardappelschillen of afvalplastic.
Internet of Things (IoT) is omarmd door zowel de fabrikanten
als de gebruikers.

Het derde scenario voor de industrie wordt door de bank omschreven als “The Netherlands first”, en kent een sterk nationalistisch karakter. Er is weer volop maakindustrie in allerlei vormen. Weinig komt nog uit lagelonenlanden, en de implementatie van Industrie 4.0 blijft flink achter.

ABN:

De staat bepaalt ook met welke buitenlandse
bedrijven precies wordt samengewerkt. De toeleverketens zijn
kort. Veel industriële bedrijven stichten eigen dorpen en scholen,
eigen mijnen, boerderijen, recyclingbedrijven, windmolens en
zonneparken om zo onafhankelijk mogelijk van derden te zijn

Het vierde en tevens laatste scenario lijkt op het derde, maar kent alleen een veel Europeser karakter. Er wordt binnen Europa flink samengewerkt, maar daarbuiten nog nauwelijks. Uit het rapport:

” De Europese raad van regeringsleiders en de politici
in Brussel menen dat de interne markt beter moet worden
beschermd. Ook binnen Europa wordt de vrije markt aan banden
gelegd. Werk mag alleen worden uitbesteed binnen Europa en
steeds vaker moet dat volgens het strenge aanbestedingsrecht
gebeuren, waarbij hoge eisen worden gesteld aan duurzaamheid
en lokale werkgelegenheid. De Europese Green Deal leidt tot
vele honderden miljarden aan groene investeringen.
Voor de industrie betekent dit dat veel maakindustrie terugkomt
naar Europa. De digitaliseringstrend van Industrie 4.0 heeft
zich vol doorgezet, ondanks de beperking tot samenwerking
met louter Europese bedrijven. Zonder last van Amerikaanse
en Aziatische geopolitieke tegenwerking hebben vooral Duitse
en Franse industriële conglomeraten een Europese standaard
neergezet.”

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorie

Economie

Tags

, , ,